Vandaag las ik een artikel over hoe de Nederlandse universiteiten een einde willen maken aan de zesjes cultuur.
Het is goed dat daaraan in het hoogste segment van ons onderwijs aandacht wordt besteedt. Al jaren doen we internationaal niet meer mee als het gaat op topnoteringen van universiteiten. Dat zegt niet dat we geen topstudenten afleveren, maar de cultuur om TOP te presteren is niet des Nederlands. We zien het op alle terreinen terug: in het onderwijs, in de sport en in het bedrijfsleven.
In het onderwijs leren we onze kinderen dat het cijfer belangrijk is en niet dat wat ze leren. En omdat het cijfer alleen maar tot doel heeft om “over te gaan”, in te mogen schrijven en verder te kunnen is de aandacht vooral gericht op het cijfer dat daartoe voldoende is: een zes!
Dit zien we ook terug in onze bedrijven en organisaties. Een algehele attitude van een zes is voldoende en een voldoende halen is genoeg. Dat maakt dat veel ondernemingen als geheel ook niet verder geraken dan een zes.
Een erg onaangename bijkomstigheid is dat in veel bedrijven (maar het begint al op de scholen) de grootste groep door de zesjes wordt gevormd en zij dus de norm bepalen. Wie meer wil en meer kan valt dus buiten de norm en wordt door de zesjes gecorrigeerd. Uitslover! Matennaaier! Slijmbal! etc.
Ikzelf heb die ervaring heel lang geleden al eens opgedaan. Toen ik pas van school kwam had ik mijn eerste baantje als uitzendkracht bij een productiebedrijf. Een mooi bedrijf, dat overigens inmiddels niet meer bestaat. Aan de machine die ik bediende werden in een shift gemiddeld zes dozen product gedraaid. Omdat ik het leuk vond om mijzelf uit te dagen ging ik op zoek naar een systeem om efficiënter met de machine om te gaan en na een paar weken slaagde ik erin om minimaal zeven en vaak zelfs acht dozen te produceren. Dat werd natuurlijk opgemerkt door de vaste crew die mij vervolgens even apart nam om me in te prenten dat dit toch echt niet de bedoeling was. Ik was namelijk uitzendkracht en gauw weer weg en zij moesten hun leven lang! Ik werd dus min of meer gesommeerd me aan hun norm te houden. Niemand die zich afvroeg of zij misschien hun norm konden bijstellen. Het zat al in de cultuur ingebakken.
Enkele jaren geleden werkte ik met docenten van een middelbare school. Uit hun verhalen bleek dat ze de meeste tijd kwijt waren aan de zesjes en minder, terwijl de beter presterende kinderen het vaak zelf maar moesten zien te rooien. De docenten hadden veel moeite met deze situatie en ik vertelde hen dat ze zelf het systeem in stand hielden. In plaats van hun aandacht en energie te richten op de gemotiveerde leerlingen, ging alle aandacht naar de minder of niet gemotiveerden. En daarmee verschaften ze die groep een prachtig podium. Mijn advies was om hun aandacht anders te richten en zo de gemotiveerde leerlingen te belonen en voor de andere groep als voorbeeld te dienen. Het zal uiteindelijk leiden dat de niet gemotiveerden zullen ervaren dat de norm door de positieve leerlingen wordt bepaald en dat je daar maar beter bij kunt horen.
Het vraagt dus om een duidelijke leiderschapsvisie waarbij de leider zichtbaar maakt wat de norm is, wie daar bij horen en daar zijn energie op richt. Dat creëert een cultuur waarin duidelijk wordt dat een zesje niet meer voldoet en het al helemaal niet meer voor het zeggen heeft. Als je er nog bij wilt horen en invloed wilt hebben kun je maar beter aansluiten bij de groep die meer dan een zesje wil zijn. Op die manier ontstaat vanzelf, ook al duurt het soms even, een uitdagende, ambitieuze cultuur, waarin mensen met elkaar op zoek gaan naar steeds beter.