Er zijn drie motivaties voor het realiseren van doelen en/of in actie komen:
Het eerste niveau van motivatie is MOETEN. Dit niveau heeft vooral een externe drive. Je gaat ergens mee aan de gang of je gaat een verandering aan omdat er nood is, of gevaar of druk van buitenaf. Deze drive gaat meestal niet verder dan doen wat moet en kunnen we het beste typeren als reactief.
Voor bedrijven betekent dit meestal dat ze in beweging komen als het water aan de lippen staat, de klanten weglopen, een faillissement of een andere crisis dreigt. Er wordt dan gereorganiseerd of gesaneerd om te overleven. Maar overleven klinkt heel anders dan ondernemen en dat is het ook.
Termen die hierbij gebruikt worden zijn: “Ons bestaansrecht veilig stellen” en “terug naar onze core-business”.
Bedrijven die op deze manier “geleid” worden vallen dikwijls in een repeterend patroon, als de ene crisis bezworen is doemt aan de horizon de volgende al weer op. Immers, de omstandigheden veranderen.

Het tweede niveau is WILLEN. Dit niveau heeft een sterke interne drive. De omstandigheden zijn niet bepalend maar de visie. Waar we bij moeten ergens voor weg proberen te komen gaan we bij willen ergens naar toe. De omstandigheden zijn daarbij alleen maar hulpmiddelen om er te komen. Zonder dat er crisis is blijven deze bedrijven voortdurend verbeteren en veranderen. Zodat ze de omstandigheden voor zijn. Telkens op zoek naar een grotere betekenis en waarde creatie. Gewoon omdat ze de beste willen zijn en het beste willen bieden aan hun klanten.
Bedrijven die op deze manier geleid worden geloven niet in een status quo, ze zijn pro actief op zoek naar nieuwe markten, nieuwe producten en nieuwe methoden. Ze worden geleid op basis van leiderschap.

Het derde niveau is GELOVEN. Dit niveau is eigenlijk de voorwaarde voor het slagen van het niveau van willen. Want waar veel bedrijven of leiders graag willen, slagen alleen zij die er ook echt in geloven. Want als je er niet in gelooft, wordt willen weer moeten.